Hij
kwam in Lauwe aan met de Leieboot. Zijn moeder ging hem daar halen
in februari 1940, net vóór de oorlog uitbrak.
In de Westhoek komen kinderen met de Leieboot, niet uit de bloemkool.
Hij kreeg de artistieke gevoeligheid mee van zijn vader.
"Ik heb 'chance' in mijn leven, dat besef ik.
Ik ben verwend door de Schepper. Mijn oudste broer Walter zei altijd:
'jij hebt alle talenten gekregen, er bleef niets meer over voor ons'.
Geen van mijn drie broers heeft iets artistieks gedaan.
Artistieke
gevoeligheid
"Wat heb ik allemaal niet meegekregen? De dromerigheid, de artistieke
gevoeligheid van mijn vader: hij was een goede werkman, een wagenmaker
- tot zijn veertien jaar naar school geweest.
In hart en nieren een artiest, een zeer goede klarinettist. Hij was
zes jaar oud toen de eerste wereldoorlog uitbrak, getrouwd in het
jaar 35 en dan met zijn huis vol kinderen de tweede wereldoorlog meegemaakt.
Het was al een hele prestatie in die tijd om zijn boterham te verdienen
en een dak boven het hoofd te hebben. Het was eerst vrouw en kinderen
en als je dat tot een goed einde kon brengen was dat al heel veel.
Voor kunst was er geen plaats.
Moeder leeft nog, ze is 93. Een dapper vrouwke, taai en sterk. Ze
heeft vier zonen gehad, waarvan er helaas al twee zijn gestorven:
mijn jongere broer Stefaan vijf jaar geleden en mijn oudste broer
Walter voor vier maanden. Moeder moet dat nog allemaal verwerken.
Ikzelf heb ook vier kinderen, twee meisjes, twee jongens. Ze zijn
het huis uit. En soms zeg ik: waar was ik toen mijn kinderen opgroeiden?
Dat voel ik nu aan, als vader. Dat zingen is een beest dat u verteert
in zijn vuur."
Filosofie
en theologie
"Ik heb kunnen studeren. Ik wou weg van huis, van die kleine
wereld, naar een blijkbaar fijnere, hogere wereld.
Toen ik in Gijzegem in het klooster was, een paterskweekschool, zocht
ik hout van een omgewaaide boom om in te kerven en te kappen. Ik had
prachtige houten beelden gezien van Valerie Stuyver, de pastoor van
Vlassenbroek. Ik heb hem nadien ontmoet en mocht bij hem een beetje
gaan werken. Maar mijn superieuren in het klooster waren argwanend,
die vonden dat niet de goede weg. Studeren was mijn roeping, filosofie
en theologie. Artistieke neigingen mochten geen voeding krijgen. Een
pater die liever beelden maakte, dat was iets twijfelachtigs. Muziek
kon nog van pas komen - later bij de negertjes in de brousse. Maar
passie behoorde tot de wereld van de zinnelijkheid en dat ging niet
goed aflopen. Ik vroeg of ik een beetje les mocht gaan volgen, maar
oei-oei-oei! Ze hoorden het donderen. Ik heb spoedig ingezien dat
die geleerde traktaten over de goddelijke voorzienigheid en de maagdelijkheid
van Maria mij niet meer konden bekoren en ben uit het klooster gestapt,
een curieuze periode in mijn leven afgesloten.
De vrouw waarmee je trouwt, je kinderen, je vader en moeder, je dorp,
dat zijn je krachtbronnen, die moet je steevast vernieuwen of ze drogen
uit. Een mens moet zich permanent herbronnen met goede lectuur, schrijvers
die wat te vertellen hebben, een goede film en ontmoetingen met mensen,
niet alleen kunst, maar ook het leven zoals het op u af komt. Het
leven met zijn zoets en zijn zuurs, dat is de grote leermeester."
Een
vertellingske
"Ik was ondertussen godsdienstleraar geworden - na mijn kloosterperiode
heb ik godsdienstwetenschappen gestudeerd in Gent - en had voor mijn
klas liedjes gemaakt, in het mooi Nederlands, over de barmhartige
Samaritaan en zo. Tot ik een verzameling West-Vlaamse gedichtjes vond
en daar muziek heb opgezet - zeer romantische liedjes als 'mensen
van te lande...' in het echte dialect van de Westhoek, en dat sloeg
in. Dat is het begin geweest van mijn 'carrière als zanger'.
Als leraar in die school ging ik dood, ik geraakte uitgeput. Het was
een rijksmiddelbare school, waar kinderen verplicht waren twee uur
godsdienst of zedenleer te volgen. Ik heb daar afgezien. Ik kon ze
maar met één ding boeien, dat was met vertellen. Daar
heb ik ontdekt dat ik de gave had om te vertellen, een kleine anekdote
in te kleden zodat kinderen daar een boodschap aan hadden, 'een vertellingske'...
Zoals een kleine kroepoek die je in friet-vet gooit een grote hap
wordt. Dat is mijn theateropleiding geweest, in zeer moeilijke omstandigheden.
Dan heb ik moeten kiezen en tijdens het schooljaar zelf, met de paasvakantie
heb ik mijn ontslag ingediend. Dat zijn de groeipijnen hé!"
Gedrevenheid
"Als ik een tijdje niet meer gelezen heb of niets moois gezien
heb op tv, dan mankeert er iets. En dan plots lees je enkele schone
bladzijden in een boek of je ziet een prachtige film - wat een kick
krijg je daarvan! Ook als zanger of als artiest geef je op je beurt
energie door aan mensen. Dat is heel het raadsel, het wondere - waar
haal je de kracht, waar haal je de gedrevenheid in je leven. Wat is
er in mijn leven dat ik niet gekregen heb, zeg dat ne keer. Ik heb
alles gekregen! Je kunt er aan meewerken aan die gaven.en talenten
die je gehad hebt, en je kunt ze tegenwerken en verknoeien. Het is
een kwestie van de juiste mensen te ontmoeten en de juiste sferen
op te zoeken zodat ze kunnen gedijen."
"Ik heb gisteren een ganse dag aan een beeld gewerkt, ik heb
er nog mijn duim mee bezeerd. Ik hou van beeldhouwen. Dat is ook mijn
leven. Vanuit mijn isolement als beeldhouwer groeit ook mijn hunker
naar de mensen. Als ik zo dagen lang aan een steen bezig ben dan kom
ik 's avonds binnen en pak mijn gitaar. Dat klinkt helemaal anders
dan bij een beroepsmuzikant die zoveel uren op zijn instrument geoefend
heeft. Dan ben ik heel fris en gretig: ik mag gaan zingen, ik mag
hier vandaag gaan optreden. Soms zitten die beeldhouwer en die zanger
mekaar in de weg, soms steunen ze en inspireren ze mekaar. Het zijn
twee wezens."
Vanzelfsprekendheid
"Mijn lievelingsrestaurant is een Chinees restaurant in Brugge,
heel oud. De kok spreekt zo goed Brugs als gelijk wie. En hij maakt
daar een soep, een grote maaltijdsoep zoals alleen Aziaten dat eten.
Als Chinezen of Japanners er komen eten is het dat wat ze eten. Dat
is zo vanzelfsprekend, die smaken... Dat voedsel is zo oeroud, dat
is zoals in een goede keuken, de vanzelfsprekendheid van het gerecht.
Soms herken je dingen waarvan je denkt, tiens, dat moet in de middeleeuwen
of in de tijd van de Romeinen ook al bestaan hebben. In de kunst is
dat ook zo. Bekijk een Rembrandt of een Picasso... Die toets met dat
penseel hier en daar..., bij die grote meesters is dat een vanzelfsprekendheid."
Verbondenheid
"De grootste ervaring in mijn leven is de geboorte van ons eerste
kind, dat meisje wordt binnenkort 40 jaar. Dat was een kosmisch moment.
Met de andere kinderen was dat ook zo, maar nooit meer in die hevigheid
als bij dat eerste kind. Dat was iets bijzonders. In een flits voel
je de verbondenheid met al de mensen die er ooit voor je geweest zijn
en met al die er nog na je gaan komen. Een kosmische ervaring, een
geweldig moment dat je moeilijk kunt omschrijven.
ledere keer als een liedje op zijn pootjes valt, als een liedje voltooid
geraakt is er het contentement, het diepe geluk dat je ervaart. Zo
van hé, ik heb het hier kunnen verwoorden. Het verwerken van
een geluk of een verdriet worden muzikale meditaties: de dood van
Runeke, ons eerste kleinkindje, de dood van mijn vader, van mijn twee
broers.
Als geliefden je ontvallen, moet je hen een nieuwe spirituele aanwezigheid
geven, men noemde dat vroeger een mystiek lichaam. Geliefden die weggaan,
blijven in je ziel en krijgen een nieuwe inhoud. In de mate dat je
mens geweest bent, dat je iets betekend hebt voor andere mensen, zal
die aanwezigheid sterker worden. Er zijn mensen die pas tot leven
komen als ze dood zijn, bij manier van spreken.
Je moet de gestorven geliefden een nieuwe inhoud geven. De verbeelding
kan je daarbij helpen. Mensen die geen verbeelding hebben zoeken schone
literatuur, schone liederen, schone gedichten waar ze zich in troosten.
Als je als scheppende mens op de wereld gekomen bent, vind je maar
troost als je dat zelf verwoord of verklankt of uitgebeeld hebt. Als
ik zie hoe mijn dochter - ze beeldhouwt ook - al tientallen keren
haar kind in haar beelden en in haar tekeningen aanwezig stelt. Ze
kan gewoon niet anders.
In mijn repertorium kan je ook het spoor volgen van mijn geliefden,
mijn vader, mijn broer Stefaan, voor mijn oudste broer Walter heb
ik al gecomponeerd maar nog niet verwoord. Ik kan er nog niet goed
weg mee, het is nog heel vers. Ik heb het kruis gemaakt voor zijn
graf: een groot houten kruis en zijn naam erin gekapt en een bloemenkrans
erin gesculpteerd. Je moet iets doen met je verdriet."
Zuurstof
"Een dichter kan rijmen en metaforen verzinnen, en beeldspraak,
waardoor hij de mensen zuurstof geeft. Een artiest komt binnen bij
mensen die in het donker zitten, deuren en ramen en gordijnen dicht.
En die artiest komt binnen en zegt 'Maar mensen, het is daglicht!'
en schuift de gordijnen open, langzaam - en zie - het is klaar buiten,
de zon is er, en de artiest doet het venster open, zuurstof!... En
dat is wat we moeten doen: zuurstof en licht en klaarte geven aan
mensen die het niet meer zien zitten. Dat gaat niet zo maar hocus
pocus, maar als artiest heb je een métier om woorden neer te
schrijven, om rijmen en verzen te maken, om ideeën op een ludieke
of op een stoute manier, soms een keer schokkend te formuleren. Ze
herkennen zichzelf in hetgeen je daar staat te zeggen en te zijn op
dat podium. Dat is wonderlijk hé!"
Ouder
"Ouder worden, dat is de creativiteit die trager verloopt. Een
nieuw lied komt van dieper en dieper, precies zoals bij het vissen,
je moet die vis uit veel dieper water bovenhalen. Dat ervaar ik. De
bekoring om op je gemak te zijn, om wat weg te zakken. Dat is ook
biologisch zo. Bij het beeldhouwen kap ik ook geen acht uur meer,
dat zal vijf uur zijn, een paar uur in de voormiddag, een uur of drie
in de namiddag. Om vijf uur stop ik omdat het donker wordt. Vroeger
stond daar geen maat op."
Toekomst
"De toekomst - dat is nu - dat is onze instrumenten klaar zetten,
dat is wat eten met de muzikanten en met de technieker, proberen een
goede avond hier te maken voor de mensen, en dan veilig thuis komen
vanavond. Morgen zien we wel."
En
het publiek heeft genoten van zijn optreden, daar in 'de Djoelen'
in Oud-Turnhout. Ik was gelukkig één van hen!
Bedankt Willem, dat je de mensen laat genieten van je passie!
(uit
'Gezondthuis' driemaandelijks tijdschrift 1ste 2007, een uitgave van
het Wit-Gele Kruis Vlaanderen; auteur: Renild Wouters; foto: Rob Mitchell)